Wat zijn onze argumenten tegen de jacht?
Vooraf: lees ook onze 'Ecovisie' (.pdf-bestand), een document dat enkele jaren is opgesteld door het bestuur van De Faunabescherming en dat laat zien wat de achtergrond is van onze ideeën met betrekking tot de omgang met dieren en de natuur.
In het 'dierenblok' staat bij verschillende soorten aangegeven wat hun ecologische rol is, en hoe jagers over deze dieren denken.
Hieronder enkele vragen met hun antwoorden.
1- Wat zijn onze argumenten tegen de jacht?
- De mens heeft niet het recht om een dier te doden louter voor zijn plezier. Dieren behoren met rust te worden gelaten en zij dienen de kans te krijgen om in vrijheid te leven en te sterven.
- Er is geen enkele reden om dieren te bejagen.
- Het is niet nodig vanwege het beheer van de populaties.
- De diersoorten in Nederland redden zich uitstekend zonder dat de mens hun populaties 'beheert'.
- Het is niet nodig vanwege schadebestrijding.
- De jacht is meestal niet meer dan symptoombestrijding die niet bijdraagt aan het oplossen van het achterliggende probleem. Bovendien zijn er tal van alternatieve maatregelen mogelijk om eventuele belangrijke landbouwschade of gevaar voor de openbare veiligheid te voorkomen of te beperken, zoals verjagende en werende middelen.
- Bij het beheer van populaties van grof wild (herten, reeën, wilde zwijnen) wordt er door de jagers gestreefd naar een hoog mogelijk jaarlijks afschot (door bijvoeren, het afschieten van mannelijke dieren, etc.). Dit noemen wij geen verantwoord faunabeheer; dat is een vorm van extensieve veehouderij.
- Schieten is geen ongevaarlijke bezigheid, er gebeuren vrij vaak ongelukken waarbij zowel jagers als onschuldige buitenstaanders zijn betrokken.
- Het jagen op dieren veroorzaakt grote onrust in de natuur. Niet alleen de soorten waarop wordt gejaagd, maar alle diersoorten worden ernstig verstoord door de jager, zijn hond en de knallen van het geweer. Afval (kunststof patroonhulzen) wordt heel vaak niet opgeruimd.
- Het ‘uit hun lijden verlossen’ van dieren is een veel gehoord argument van jagers. Maar in de praktijk zijn zij het juist die dieren veel leed toebrengen: zeer veel dieren raken gewond en sterven een langzame en pijnlijke dood.
2- Wat zijn onze bezwaren tegen het eten van wild?
- Dieren zijn een onderdeel van het ecosysteem. Zij moeten niet worden gedegradeerd tot scharrelvlees. Driekwart van Nederland is al ingericht voor de voedselproductie. Dan dient er niet ook nog eens te worden ‘geoogst’ uit de natuur ten behoeve van menselijke consumptie.
- Veel 'wild' in de winkels en restaurants is afkomstig van binnen- en buitenlandse wildfarms, waar de dieren net als in de veeteelt gewoon gefokt worden.
3- Wat is het verschil tussen jacht en schadebestrijding?
- Zie onder punt 1- .
- Verder: De Faunabescherming stelt zich - geheel in de geest van de in 2002 in werking getreden Flora- en faunawet - op het standpunt van 'Nee, tenzij' wanneer het gaat om het doden (vangen, andere ingrijpende maatregelen) van dieren. Daarmee bedoelen we: we gaan dieren niet doden, tenzij alle andere middelen hebben gefaald om het probleem op te lossen dat die dieren veroorzaakt hebben.
- Ons grote bezwaar tegen de huidige manier van schadebestrijding is dat deze wordt uitgevoerd door hobbyjagers die geen ander middel kennen dan het geweer. Ons grote bezwaar tegen de Nederlandse overheden is dat zij al te gemakkelijk aan jagers toestemming verlenen om bepaalde diersoorten te mogen schieten, zonder dat goed bekeken is of en hoeveel schade er is, en of andere middelen zijn toegepast om die schade te voorkomen.
4- Waarom moet Koninklijk Huis stoppen met de jacht?
- Wij vinden dat leden van het Koninklijk Huis het goede voorbeeld moeten geven aan het Nederlandse volk. Dieren dienen met respect te worden behandeld. Dieren zijn niet bedoeld om als schietschijf te dienen voor mensen die er plezier aan beleven om ze te doden.
5- Wat hebben wij tegen het rapen van kievitseieren?
- Het gaat - hoofdzakelijk door veranderde landbouwmethodes – zeer slecht met de weidevogels in Nederland. Het rapen van kievitseieren vergroot alleen maar de druk. De beste (na)zorg is: laat de weidevogels met rust, loop in het broedseizoen niet door de weilanden (zodat predatoren de nesten nog makkelijker vinden). Kieviten van het eerste legsel hebben het volgende jaar de beste broedresultaten, blijf dus met je handen van die vroege legsels af.
- Internationaal argument: als Nederland protesteert tegen de (zang)vogeltjesjacht in andere landen, heeft dat protest een wat merkwaardige bijsmaak als in Friesland (als enige regio in Europa) het rapen van eieren blijft toegestaan.
6- Waarom moet de muskusrattenbestrijding per direct worden afgeschaft?
- De bestrijding van muskusratten in Nederland is zinloos en bovendien bijzonder wreed. Voor elke muskusrat die wordt gevangen komt er een nieuwe voor in de plaats. In de muskusrattenvallen komen bovendien veel andere dieren (waaronder bedreigde soorten) om het leven. Als er in een seizoen minder dieren worden gevangen, wordt dat als bewijs gezien dat dat vangen helpt en er vooral mee moet worden doorgegaan. Worden er daarentegen meer dieren gevangen, dan wordt dat ook gebruikt als argument om vooral meer mensen in te zetten.
- Schade op kwetsbare plekken kan worden voorkomen met structurele maatregelen om oevers en slootkanten te verstevigen. Dat kost geld. Maar dat kost de muskusrattenbestrijding ook, te weten meer dan eenendertig miljoen euro per jaar.
7- onze argumenten tegen de drukjacht (op wilde zwijnen)
- Diverse personen, instanties en nu ook het kabinet pleiten voor de drukjacht op wilde zwijnen. Kennelijk hebben deze mensen een verkeerd beeld van deze jachtvorm. De drukjacht is net als de drijfjacht niet effectief, niet selectief en veroorzaakt veel leed. De theorie is dat een zwijn er op een rustige manier toe wordt gebracht zich wandelend richting de jager te begeven waar hij met een welgemikt schot kan worden gedood. De praktijk is anders. De dieren, die overdag in groepjes in de dichte dekking rusten, worden door de drijver opgeschrikt. Normaal worden ze in de dekking nooit met een mens geconfronteerd. Ze zullen vervolgens proberen zo snel mogelijk een veilig heenkomen te zoeken. De zwijnen laten zich daarbij niet een bepaalde richting uit sturen. Nadat een eerste schot is gevallen is de paniek compleet. Als ze dan toevallig toch de jager passeren doen ze dat als groep en met een zodanige snelheid, dat het onmogelijk is één van de zwijnen direct dodelijk te treffen. Laat staan dat het mogelijk zou zijn om te selecteren op geslacht, leeftijd of conditie. Als de jager toch schiet zal dit dus onvermijdelijk tot verwondingen en ernstig leed leiden. In de praktijk verschilt de drukjacht derhalve niet veel van de drijfjacht. Dat het om een niet effectieve jachtvorm gaat, blijkt wel uit het feit dat in het verleden slechts 10% van de zwijnen geschoten werd middels drijfjachten.
De roep om de drukjacht wordt nu ingegeven door de stelling dat er teveel zwijnen op de Veluwe zouden rondlopen. Dat is echter onzin. Er zijn nooit ‘teveel’ zwijnen. De aantallen dieren in een gebied worden bepaald door de draagkracht. Bij zwijnen wordt de draagkracht bepaald door het voedselaanbod. Dat betekent dat er op de Veluwe kennelijk voldoende voedsel aanwezig is voor de huidige aantallen. De aantallen zijn overigens discutabel. Vorige week werd er in de 2e Kamer nog gesproken over 4600 zwijnen. Deze week heeft de media het al over 6000 exemplaren. Elke deskundige weet echter dat zwijnen vrijwel niet te tellen zijn en zeker niet in een groot onoverzichtelijk gebied als de Veluwe. Deze aantallen moeten dus ook met een forse korrel zout worden genomen.
Dat er nu op de Veluwe meer zwijnen rondlopen dan 10 of 20 jaar geleden is echter een feit en is ook logisch. De draagkracht van dit gebied is gedurende de afgelopen jaren toegenomen. Dat is deels veroorzaakt door het ouder worden van de bossen en het vervangen van naaldhout door loofhout. Daardoor zijn er meer eikels en beukennootjes, die een belangrijke voedselbron voor de zwijnen vormen. Daarnaast kunnen de zwijnen nu op meer plaatsen komen dan voorheen het geval was, doordat de hekken rond een aantal terreinen zijn verwijderd. Tenslotte wordt de natuurlijke draagkracht van de Veluwe kunstmatig verhoogd als gevolg van het overmatig bijvoeren door jagers. Zij geven toe per jaar 100 duizend kilo maïs te voeren. Ook dat moet met een forse korrel zout worden genomen, want deze hoeveelheid zou wel eens veel groter kunnen zijn.
Daarnaast wordt gewezen op het gevaar op de wegen en de overlast op campings en in tuinen. Wilde zwijnen zouden niet op snelwegen moeten kunnen komen en de enige effectieve manier om dat te bereiken is het plaatsen van deugdelijke zwijnenkerende afrasteringen langs de snelwegen. Op provinciale wegen is het de verantwoordelijkheid van de weggebruikers zelf om actief bij te dragen aan de verkeersveiligheid door hun snelheid aan te passen aan de situatie, met name in de schemering en ’s nachts. Voor tuinen en campings geldt eveneens dat de enige effectieve methode om overlast te voorkomen het plaatsen van zwijnenkerende afrasteringen is, zoals die ook zijn aangebracht rondom schadegevoelige landbouwpercelen.
Het zal duidelijk zijn dat voor zowel de wegen als de tuinen het schieten van een aantal zwijnen in ieder geval geen oplossing biedt.
Samenvattend: - er zijn niet ‘teveel’ zwijnen, - voor het voorkomen van overlast en ter bescherming van de verkeersveiligheid zijn effectieve oplossingen te treffen zonder dat er zwijnen hoeven te worden gedood, - drukjacht heeft dezelfde nadelen als drijfjacht, te weten niet selectief en veroorzaakt veel leed, zodat deze jachtvorm onder alle omstandigheden zou moeten worden afgewezen.
zie ook ons drukjachtdossier (pdf-bestand)
|