Faunabescherming vraagt op 30 december de rechtbank in Middelburg het provinciale "ja" voor grootscheepse jacht op damherten nietig te verklaren. Faunabescherming acht op geen enkele manier aangetoond, dat de biologische "draagkracht" (het maximale aantal dieren) en (verkeers) schade in en rond de Kop van Schouwen het grootschalig doden van damherten (269 dieren) binnen het gebied noodzakelijk maken.
1. Draagkracht
Schattingen van het aantal in het gebied levende dieren lopen uiteen van 1000 (FBE en SBB-bestuur) tot 300 à 400 (natuurbeheerders en –organisaties en omwonenden). Jagers, FBE en Staatsbosbeheerbestuurders betoogden dat er méér damherten zouden zijn dan het natuurgebied aan kan - de zogenaamde "draagkracht" – maar lijken daar zelf uiteindelijk niet zeker van. Zo verklaarde Kees de Lange (districtshoofd van Staatsbosbeheer) op 23 november 2008 tijdens een overleg tussen Staatsbosbeheer, Faunabeheereenheid Zeeland, provincie Zeeland en de Partij voor de Dieren, "dat er geen noodzaak is voor de jacht op damherten in dit gebied".
Rob Ossewaarde, voorzitter Werkgroep Zeeland van de Partij voor de Dieren, voegt hieraan toe: "Bovendien heeft diezelfde De Lange tijdens genoemd overleg gezegd dat er geen schade door damherten wordt veroorzaakt en dat er in het gebied zelfs ruimte is voor meer damherten dan de 1000 exemplaren die er zich nu volgens – betwistbare - FBE-tellingen zouden bevinden." Ook als men recente uitspraken van andere SBB'ers (in NRC-artikel 12-12 2008) mag geloven, lijkt van een draagkracht-overschrijding in het gebied geen sprake. SBB-regiodirecteur Henkjan Kievit: "Wij hebben er geen last van."
2. "Schade"
Nog vreemder werd het toen bleek dat de provincie Zeeland en beheerorganisaties als SBB nagenoeg niets hadden gedaan om verkeersonveilige situaties door damherten tegen te gaan. Tijdens Kamervragen van Marianne Thieme (fractievoorzitter Partij voor de Dieren) bleek minister Verburg (LNV) er – geheel ten onrechte - van overtuigd dat de provincie en beheersorganisaties allerlei snelheidsbeperkingen, wildsignalering e.d. ingevoerd hadden om verkeersoverlast door damherten in en rond het natuurgebied in te perken. Zo zou zelfs een weg, de Vroonweg, verwijderd zijn vanwege de damherten.
Verburg had eerder toestemming gegeven voor afschot aan de rand van het natuurgebied, omdat ze aannam dat deze - zogenaamd genomen - verkeersmaatregelen van de provincie c.s. niet bleken te werken. "De provincie en beheerdersorganisaties zijn wettelijk verplicht om dergelijke maatregelen te treffen," benadrukt Rob Ossewaarde nog maar eens, "Maar hebben die helaas niet uitgevoerd – zoals iedereen ter plekke kan controleren!"
Waarom heeft de provincie Zeeland dan toch vergunning verleend voor een massaal jagersfestijn - de grootscheepse jacht op 269 damherten - vanaf 2 januari in de Kop van Schouwen?
"FBE en SBB spelen een kwalijke rol, maar verenigingen als Natuurmonumenten geven jagers óók vrij spel in de jacht op (beschermde) diersoorten, maar blijven buiten beeld", concludeert Rob Ossewaarde: "Mensen die lid zijn van deze verenigingen zouden zich eens moeten afvragen of hun bestuurders nog wel de belangen van de leden - en de Zeeuwse natuur – dienen.
Als straks blijkt dat de schatting van natuurbeheerders (300 à 400 damherten) beter klopt dan die van de FBE en SBB-bestuurders (1000 damherten), dan kun je de rekensom gaan maken. In januari en februari mogen 269 van de 300-400 damherten binnen het natuurgebied geschoten worden.
Reken zelf maar na - hoe weinig dieren blijven er dan over?"
|