Veel gestelde vragen (FAQ)

JachthutVooraf: lees ook onze ‘Ecovisie‘ (PDF-bestand), een document dat enkele jaren is opgesteld door het bestuur van De Faunabescherming en dat laat zien wat de achtergrond is van onze ideeën met betrekking tot de omgang met dieren en de natuur.

Hieronder enkele vragen met hun antwoorden.

  1. Wat zijn onze argumenten tegen de jacht?
  2. Wat zijn onze bezwaren tegen het eten van wild?
  3. Wat is het verschil tussen jacht en schadebestrijding?
  4. Waarom moet Koninklijk Huis stoppen met de jacht?
  5. Wat hebben wij tegen het rapen van kievitseieren?
  6. Waarom moet de muskusrattenbestrijding per direct worden afgeschaft?
  7. Waarom zijn wij tegen de drukjacht op wilde zwijnen?
  8. Waarom hebben wij bezwaar tegen de valkerij?


1. Wat zijn onze argumenten tegen de jacht?

  • De mens heeft niet het recht om een dier te doden louter voor zijn plezier. Dieren behoren met rust te worden gelaten en zij dienen de kans te krijgen om in vrijheid te leven en te sterven.
  • Er is geen enkele reden om dieren te bejagen.
  • Het is niet nodig vanwege het beheer van de populaties.
  • De diersoorten in Nederland redden zich uitstekend zonder dat de mens hun populaties ‘beheert’.
  • Het is niet nodig vanwege schadebestrijding.
  • De jacht is meestal niet meer dan symptoombestrijding die niet bijdraagt aan het oplossen van het achterliggende probleem. Bovendien zijn er tal van alternatieve maatregelen mogelijk om eventuele belangrijke landbouwschade of gevaar voor de openbare veiligheid te voorkomen of te beperken, zoals verjagende en werende middelen.
  • Bij het beheer van populaties van grof wild (herten, reeën, wilde zwijnen) wordt er door de jagers gestreefd naar een hoog mogelijk jaarlijks afschot (door bijvoeren, het afschieten van mannelijke dieren, etc.). Dit noemen wij geen verantwoord faunabeheer; dat is een vorm van extensieve veehouderij.
  • Schieten is geen ongevaarlijke bezigheid, er gebeuren vrij vaak ongelukken waarbij zowel jagers als onschuldige buiten­staanders zijn betrokken.
  • Het jagen op dieren veroorzaakt grote onrust in de natuur. Niet alleen de soorten waarop wordt gejaagd, maar alle diersoorten worden ernstig verstoord door de jager, zijn hond en de knallen van het geweer. Afval (kunststof patroonhulzen) wordt heel vaak niet opgeruimd.
  • Het ‘uit hun lijden verlossen’ van dieren is een veel gehoord argument van jagers. Maar in de praktijk zijn zij het juist die dieren veel leed toebrengen: zeer veel dieren raken gewond en sterven een langzame en pijnlijke dood.


2. Wat zijn onze bezwaren tegen het eten van wild?

  • Dieren zijn een onderdeel van het ecosysteem. Zij moeten niet worden gedegradeerd tot scharrelvlees. Driekwart van Nederland is al ingericht voor de voedselproductie. Dan dient er niet ook nog eens te worden ‘geoogst’ uit de natuur ten behoeve van menselijke consumptie.
  • Veel ‘wild’ in de winkels en restaurants is afkomstig van binnen- en buitenlandse wildfarms, waar de dieren net als in de veeteelt gewoon gefokt worden.
  • Het ‘oogsten’ uit de natuur kan niet zonder geweld en schade aan die natuur gebeuren. Het schieten veroorzaakt aangeschoten ofwel gewonde dieren van de soort waarop wordt geschoten en zorgt voor verstoring van alle in de omgeving aanwezige dieren.


3. Wat is het verschil tussen jacht en schadebestrijding?

  • Zie onder punt 1.
  • Verder: De Faunabescherming stelt zich – geheel in de geest van de in 2002 in werking getreden Flora- en faunawet – op het standpunt van ‘Nee, tenzij’ wanneer het gaat om het doden (vangen, andere ingrijpende maatregelen) van dieren. Daarmee bedoelen we: we gaan dieren niet doden, tenzij alle andere mid­de­len hebben gefaald om het probleem op te lossen dat die dieren veroorzaakt hebben.
  • Ons grote bezwaar tegen de huidige manier van schadebestrijding is dat deze wordt uitgevoerd door hobbyjagers die geen ander middel kennen dan het geweer. Ons grote bezwaar tegen de Nederlandse over­heden is dat zij al te gemakkelijk aan jagers toestemming verlenen om be­paalde diersoorten te mogen schieten, zonder dat goed bekeken is of en hoeveel schade er is, en of andere middelen zijn toegepast om die schade te voorkomen.


4. Waarom moet Koninklijk Huis stoppen met de jacht?

  • Wij vinden dat leden van het Koninklijk Huis het goede voorbeeld moeten geven aan het Nederlandse volk. Dieren dienen met respect te worden behandeld. Dieren zijn niet bedoeld om als schietschijf te dienen voor mensen die er plezier aan beleven om ze te doden.


5. Wat hebben wij tegen het rapen van kievitseieren?

  • Het gaat – hoofdzakelijk door veranderde landbouwmethodes – zeer slecht met de weidevogels in Nederland. Het rapen van kievitseieren vergroot alleen maar de druk. De beste (na)zorg is: laat de weidevogels met rust, loop in het broed­seizoen niet door de weilanden (zodat predatoren de nesten nog makkelijker vinden). Kieviten van het eerste legsel hebben het volgende jaar de beste broed­resultaten, blijf dus met je handen van die vroege legsels af.
  • Internationaal argument: als Nederland protesteert tegen de (zang)vogeltjes­jacht in andere landen, heeft dat protest een wat merkwaardige bijsmaak als in Friesland (als enige regio in Europa) het rapen van eieren blijft toegestaan.


6. Waarom moet de muskusrattenbestrijding per direct worden afgeschaft?

  • De bestrijding van muskusratten in Nederland is zin­loos en bovendien bijzonder wreed. Voor elke muskusrat die wordt gevangen komt er een nieuwe voor in de plaats. In de muskusrattenvallen komen bovendien veel andere dieren (waaronder bedreigde soorten) om het leven. Als er in een seizoen minder dieren worden gevangen, wordt dat als bewijs gezien dat dat vangen helpt en er vooral mee moet worden doorgegaan. Worden er daarentegen meer dieren gevangen, dan wordt dat ook gebruikt als argument om vooral meer mensen in te zetten.
  • Schade op kwetsbare plekken kan worden voorkomen met structurele maatregelen om oevers en slootkanten te verstevigen. Dat kost geld. Maar dat kost de muskus­ratten­bestrijding ook, te weten meer dan eenendertig miljoen euro per jaar.


7. Waarom zijn wij tegen de drukjacht op wilde zwijnen?

  • Drukjacht heeft dezelfde nadelen als drijfjacht. Door het opjagen verplaatsen de zwijnen zich met grote snelheid, zodat selectie op leeftijd en geslacht onmogelijk is. Bovendien is er een grote kans dat een zwijn alleen wordt aangeschoten en gewond raakt of een langzame dood sterft.
  • De roep om drukjacht wordt ingegeven door het idee dat er “te veel zwijnen” op de Veluwe zijn. Dat is onzin. Het aantal wilde dieren wordt bepaald door de draagkracht van het gebied. Deze draagkracht is bewust vergroot door het vervangen van naaldbomen door loofbomen zoals eiken. Ook wordt door jagers geregeld bijgevoerd, hoewel dit verboden is. De tellingen zijn bovendien onnauwkeurig, diverse tellingen geven grote verschillen te zien.
  • Men zegt dat de zwijnen moeten worden bejaagd om de verkeersveiligheid te vergroten en schade te vermijden. Maar een opgejaagd dier heeft veel meer kans om een aanrijding te veroorzaken dan een dier dat met rust wordt gelaten. Tegen het vernielen van tuinen en landbouwpercelen helpen afrasteringen beter dan jacht.
  • Zie voor meer informatie het drukjachtdossier (PDF).


8. Waarom hebben wij bezwaar tegen de valkerij?

  • De valkerij is een middeleeuwse jachtvorm, waarbij gebruikt wordt gemaakt van slechtvalken voor de jacht op vogels (o.a. houtduiven) en van haviken meestal in combinatie met fretten bij de jacht op konijnen. Het gaat om een pure vorm van plezierjacht, die geen ander doel dient dan het plezier dat de valkenier eraan beleeft.
  • Tegenwoordig laten valkeniers zich wel inhuren voor ‘schadebestrijding’, waarbij naast de genoemde jachtvogels allerlei andere roofvogelsoorten of kruisingen daartussen worden ingezet. Ook hier gaat het om plezierjacht. De term schadebestrijding wordt alleen gebruikt om de inzet van roofvogels maatschappelijk acceptabel te maken.
  • Op markten en bij evenementen worden door valkeniers regelmatig roofvogelshows georganiseerd. Dit bevordert de behoefte van mensen (en kinderen) om roofvogels als huisdier te gaan houden, hoewel zij daarvoor volkomen ongeschikt zijn.
  • Roofvogels zijn niet-gedomesticeerde dieren, die bij een valkenier het grootste deel van hun leven in een kleine kooi of geketend aan een zitstok moeten doorbrengen, terwijl deze dieren veel ruimte nodig hebben om hun natuurlijk gedrag te kunnen ontplooien.
  • Onder deze onnatuurlijke omstandigheden komen de dieren niet of moeizaam tot voortplanting. Dat betekent dat de vraag naar nieuwe roofvogels veel groter is dan het legale aanbod. Dit werkt illegale praktijken zoals de roof van eieren en kuikens uit het wild in de hand.
  • Als met name de gehouden kruisingen of uitheemse roofvogelsoorten ontsnappen en zich in de vrije natuur vestigen, leidt dit tot faunavervalsing.

Reacties zijn gesloten.